1825 Watersnood in Joure en omgeving
Harmen Jans Groen en de Watersnood van 1825
Harmen Jans Groen, woonachtig in Vierhuis bij Sintjohannesga, was visser, loods en turfmaker. Zijn eenvoudige turfmakerswoning lag strategisch aan de Broeresloot, vlak bij het gevaarlijke Tjeukemeer. Op 3 februari 1825 trof een uitzonderlijk zware noordwesterstorm Friesland. Door springvloed en dijkdoorbraken bij onder meer Lemmer, Kuinre en Blankenham veranderde een groot deel van de provincie in een binnenzee. Groens eigen woning werd door het oprukkende zeewater verwoest, maar hij wist zijn gezin op tijd in veiligheid te brengen.
Terwijl het water steeg en mensen in doodsangst op zolders en hooibergen vluchtten, voer Groen met zijn wankele punter door het woeste water om overlevenden te redden. Bij de boerderij van Ype Bernardus Holtrop wist hij een groep van circa 25 mensen te bereiken, die in een losgeslagen praam waren gevlucht. Met een lijn die hij hen toewierp, bracht hij hen in veiligheid op een turfschip. Ook op de dagen erna bleef hij zoeken naar drenkelingen, samen met Nanne Koopmans. In totaal redde Groen 37 mensen van de verdrinkingsdood.
De ramp had enorme gevolgen: 150 vernielde woningen, 50.000 mensen die alles verloren, duizenden stuks vee verdronken en in de jaren erna een zware malaria-epidemie die in sommige dorpen meer dan een zevende van de bevolking het leven kostte. Ooggetuigenverslagen, zoals die van schoolmeester Feenstra uit Doniaga en Epke van Bienema uit Heerenveen, schetsen een beeld van chaos, angst en verwoesting.
Voor zijn moed ontving Groen waardering van koning Willem I en de Maatschappij tot het Nut van het Algemeen, al werd hij lokaal ook slachtoffer van roddel. Uiteindelijk werd hij volledig gerehabiliteerd. De H.J. Groenstraat in Sintjohannesga is een blijvend eerbetoon aan deze moedige mensenredder.

