Boerderijen in en rondom Joure (deel 2)
Boerderijen en koemelkerijen in en rondom Joure (deel 2)
We beginnen deel 2 achter slager de Jong (nu kledingwinkel TerStal) daar stond de boerderij van Bertus Visser. Die staat er nu nog steeds maar is nu restaurant Wok Ming. Deze boer had in tegenstelling tot de meeste Jourster boeren het land dichtbij huis liggen. Er moet ook achter de wagenmakerij van Eit van der Meulen, waar Huitema nog nieuwe wagens en kruiwagens maakte, ook een Huitema geboerd hebben. Ik weet wel dat daar een veestalling met een hooiopslag erboven achter de wagenmakerij stond. Dan heeft bij garage Schootstra de stal van Marten Ulbus de Vries gestaan voor zover ik weet. Later had hij in Westermeer op hun land een nieuwe stal met woning gebouwd. Achter de garage van Bakker en De Boer in de Houtmolensteeg stond de stelp van Johannes Hooghiemstra
die daar met zijn zuster tante Hanny woonde en boerde. Erg vriendelijke mensen. Oom Johannes, is mij wel eens verteld, is vrijgezel gebleven omdat hij niet krijgen kon wie hij graag hebben wilde. Achter de Nutsbank (nu de Jongens van Joure) heeft vroeger ook een stal gestaan waar Eelke De Boer nog vee heeft gehad. Als knecht had hij een zekere Jan (Kin) Oenema.
Achter de woningen van de Patrimoniumstraat kwam eerst de boerderij van Lieuwe Mulder, direct aan de Overspitting, zijn melkbussen staan op de foto rechts. Erg goede mensen maar het was beter dat Lieuwe niet te vaak van het erf kwam. Hij mocht graag het melkgeld zélf ophalen bij café Bijkersma. Zijn vrouw Klazien redde zich lang met mesten en kuilen als ze maar op tijd wat tabak tot haar beschikking had. De boerderij is gesloopt en weer in dezelfde stijl opgebouwd waarna zich er een artsenpraktijk en apotheek vestigden. Op het land werden huizen gebouwd. Verderop, een eind het land in, boerde Ype van Keimpema. Die haalde ook het liefst zijn eigen melkgeld op. Daar is ook wel iets voor te zeggen want dan kom je ook nog eens van het erf af. Nadat zoon Sytse nog menig jaar boerde, heeft de gemeente het geheel gekocht Tussen de beide eerdergenoemde boerderijen stond de boerderij van Jan Bergsma, later zijn zoon Johannes met zijn zusters. Dat is allemaal verdwenen. Deze boeren ken ik nog door hun span witte paarden, Ze hadden veel land aan de Hoge Zomerdijk waardoor ze over de Scheen kwamen. Verder naar het oosten op het eind van de Oosterstraat (‘Skythúsbuert’) aan de andere kant van de Overspitting woonde en boerde Tide Oene's de Jong. De boerderij staat er nog.
Dat vond ik altijd een erg mooie stelp. Daar schijnt een brandje voeger ook aan meegeholpen te hebben. En dam verder, over de tuin van Sippe Zeldenthuis een eind het land in, woonde Feike van der Zee: niet zo’n grote boerderij met een dubbele woning ervoor. In de andere helft woonde eerst Sierp Vlucht, een erg goede arbeider die niets wilde weten van moderne dingen en die tot zijn einde een carbidlamp op zijn fiets hield. Dat deed hij niet om op winteravonden naar het café te gaan om wat vocht te tappen want in een café kwam hij nooit. Later woonden er Hoekstra’s als ik het goed heb. Elke dag en ’s zomers twee keer moest Feike de melk naar de weg brengen net zoals alle boeren die op het land woonden. Zijn wit paardje had een paadje uitgesleten in die lange reed naar voren. Deze boerderij is met zoon Jan via de ruilverkaveling naar Westermeer achter de vierbaansweg verplaatst. Weer een boerderij verder, maar dan aan de weg, de Geert Knolweg heet die nu, maar vroeger was het de Heerenveensche weg, boerde Douwe Yntema.
Eerst senior en later in 1945 junior. Waarom ik dat zo goed weet? Het waren onze buren. In het voorjaar van 1945 kwam ik eens bij buurman senior. De geallieerden hadden juist de brug bij Remagen over de Rijn ingenomen. “Kijk Henk” zei hij in de schuur, “die plank aan de achterste paardenstal is van de vorige brug bij Remagen, uit de eerste wereldoorlog”. Douwe senior had jaren in Duitsland op boerderijen gewerkt en daar zijn geld verdiend. Toen jonge Douwe zo langzamerhand ook oude Douwe werd, kwam zijn zoon Theo op de boerderij, maar na de uitbreiding van Joure is hij naar Gaasterland vertrokken. Verderop is ook Rinze Buurma’s land ten prooi gevallen aan huizen en straten net als de tuinen van de Van Aalzums (de Kukken) en van Van der Heide. Buurman en zijn vrouw hebben nog een tijd op de boerderij gewoond totdat die afbrandde. Daar hebben ze toen een bungalow laten bouwen. Bouwgrond verkopen was niet zo’n onaardige bezigheid. Ook de tuin van Foeke Kootje was allang bebouwd. Daarachter, een heel eind het land in, boerde het gezin Aise Elgersma. Vandaar moest ook elke dag de melk naar de weg worden gebracht. Achter op het land was vanzelf geen waterleiding en elektrisch. Na Eise ging zijn zoon Steffen verder. Die is niet oud geworden. Hij stierf jong aan een slepende ziekte die hij niet kon overwinnen. Zijn vrouw is later weer getrouwd met een Hoogkamp.
Na verloop van tijd legde de gemeente een weg voor hun boerderij aan, maar de boerderij bleef ‘Geen huizen’. De jonge Aiso Elgersma groeide op en nadat ze jaren in samenwerking hadden geboerd met een klein bedrijfje in de Haskerveenpolder, had de gemeente ook interesse in hun grond en vertrok de jonge boer naar de Bilthoek. Nu, in het jaar 2000, worden er al allerlei huizen rond de boerderij gebouwd. Dan kwam Rients Huitema, dat wil zeggen: eerst de oude Rients van voor de oorlog. Die woonde daar met een tweeling uit een eerder huwelijk, namelijk Jeltsje en Nammele en verder twee kleinkinderen, Rients en Dora Huitema, kind van een andere zoon van opa Rients. Na de oorlog trouwde Rients en boerde daar verder tot, nou ja, bijna zoals iedereen, zolang het kon. De ruilverkaveling had tot gevolg dat het land bij huis kwam te liggen en later had de gemeente het weer nodig. Iedereen wilde zeker graag in Joure wonen. Voorbij Huitema, een eind het land in, woonden de Klompmakkers en die boerden daar natuurlijk ook. Die zijn ook via bemiddeling naar een andere boerderij in de Haskerveenpolder verhuisd. Aan deze kant van de weg als laatste, maar dat is eigenlijk al Haskerhorne, stond nog het spul van Benjamin Kok, aan de Wildehornstersingel. Dat hoorde vroeger met de andere boerderijen aan de Wildehornstersingel tot het Baron Rengers bezit, zoals dat genoemd werd. Kok had er ook een varkenshouderij bij. Dat waren dus de boerderijen aan de noordkant van de Midstraat en de Geert Knolweg.
Vanaf Heremastate, de Harddraversweg op kwam eerst Lútsen de Vries, l
ater de aardappelhandel van de jongens van Doeke Brouwer. Lútsen de Vries was er ook veehandelaar. Achter de koeien had hij zijn eenden. Zijn zoon Gjalt heeft nog een poosje verder geboerd, maar is toen de oceaan overgegaan. Een stukje verder de Harddraversdijk op, achter het vroegere distributiekantoor uit de oorlog, werkte Jolle Bosma. Het land daaromheen werd als eerste voor woningbouw gebruikt. Bij het oude gemeentehuis, nu verpleegtehuis, stond in de steeg ook een stal waar Thomas Hoekstra, de baardman, gewerkt heeft. Hij had er ook wat sleepwerk bij. Deze man is naar de Haskerveenpolder vertrokken. Daarna moet er een timmerman in dat gebouw gezeten hebben. In de Simensteeg, later de Hobbe van Baerdstraat, werkte Marten van der Laan. Hij is na de oorlog naar Amerika gegaan. Het schijnt dat het hem daar goed is gegaan, te zien aan zijn harddraverprijs bij de Joustermerke draverijen. Mooi toch! Even iets verder, direct over een brug, kwamen we het huis met hooiberg en veestalling van Kees Minnema tegen. Het huis staat er nog. Kees Kluutsje werd hij daar wel genoemd. Bij het koeien verweiden, zei een jongen die op de weg stond, een keer: “Kijk, die man heeft een vinger in de nek”. Later is die weggehaald. Dit huishouden belandde na wat rondzwerven ook in de Haskerveenpolder.
Aan de Simensteeg, later de Hobbe van Baerdstraat, stonden ook allemaal kassen, de zogenaamde 'glascultuur'. Dit was het eerste uitbreidingsplan van De Jouwer. De kassen zijn toen verplaatst naar een plek in Westermeer, achter Jamja. Er schijnt ook een Haitse van der Zee in de Simensteeg gewoond te hebben, maar of dat zo is, weet ik niet. (Haitze van der Meer zal hier bedoeld worden, red.) De volgende steeg werd de Zylstrasteeg genoemd. Aan het einde daarvan kwam men uit op Klein Luchtenveld, waar Ynze Heida
boerde. Een intelligente man met een stijve voet. Iedereen probeerde op zijn eigen manier door de tijd te komen. Zijn vrouw Styn stond meestal naast hem. Langs Klein Luchtenveld lag ook het looppad van Jelle Bouwhuis en zijn huishouding. De boerderij stond aan de Hoge Zomerdijk tussen een grote appelboomgaard. Een van de jongens (en dat waren er nogal wat) heeft later het bedrijf overgenomen: zoon Egbert. Door de Slachterssteeg, genoemd naar slager Ysbrandy, die vroeger aan de Midstraat zijn zaak had, kwam men in het grootste deel van de Zuidwestpolder. Die waterde af naar de Haskerveenpolder via een windmotor naast het Rooms-katholieke kerkhof. Piet van der Laan heeft mij wel eens verteld dat hij begon te boeren met een paar koeien in een stal naast de Rooms-katholieke kerk. Hij huurde die van Wietske Tadema. Hij kon daar komen via een smalle steeg tussen de groentewinkel van Sippe Zeldenthuis en de bakkerij van Cath, nu café en snackbar. De groentewinkel staat er niet meer, is nu Pastorielaan en haar bestrating. Door de steeg bij de smidse van der Meulen en langs de fabriek van de Vrij kwam men op de oude ijsbaan aan de oostkant van het Theresiahuis. Hier woonden in mijn tijd al geen boeren meer, net zo min als in de Driessenstraat. Wat oudere mensen kunnen zich misschien nog Bene Moed herinneren. Die haalde met zijn paard en grote wagen met ijzeren hoepels op de wielen altijd goederen van het tramstation, later van Gend & Loos. Heel vaak is die man met zijn rijtuig door de Midstraat gekomen. Net als Tsjalling Veldhuis, met zijn paard met oogkleppen, wat hem uiteindelijk nog noodlottig werd. Zo'n dier was niet bepaald vriendelijk, ook al droeg hij oogkleppen. Als kinderen mochten wij nooit meerijden, (liften zeggen ze tegenwoordig) achter op zijn wagen. Dat vond de man, Bene Moed, niet leuk.
Dan komt de Scheen. Naast en achter ter Huivra stond een schuur, het voormalige koetshuis van Jonkheer Vegelin enz. Later huisde in dat grote huis notaris van der Werf. Daar groeiden lekkere appels in de tuin. In die schuur werkte in mijn jongensjaren oude Roel van der Laan. Die man liep toen al niet meer zo hard, maar dat had met zijn leeftijd te maken. Daarna kwam Evert Yntema uit Snikzwaag hier wonen met zijn zoon en schoondochter en in het begin ook te boeren. Zoon Piet had daar later geen koeien meer, maar veel paarden. Hij had er een sleepbedrijf van gemaakt. Dat hele complex is later afgebroken en daar is een huishoudschool gebouwd. Even verder het Binnenpad in vanaf de Scheen stond de boerderij van Ysbrand Kornelis,
onze buren. Daar zaten we nooit in de appels, want dat waren zulke aardige mensen. Hun zoon Jelle, een jonge weduwnaar, woonde met een dochter bij hen in. Hij heeft na de oorlog, nadat de boerderij eind '44 afgebrand was met al het vee erin, verder geboerd en is ook weer getrouwd. Naast en achter deze boerderij viel stadig aan steeds meer land weg voor nieuwe huizen. Op het laatst molk 'Jelle Buur' alleen op zomerdagen nog maar. In 1999 is, wat er nog van ’t gebouw over was, afgebroken. Verderop aan de Scheen heeft Julius Ypma ook nog een paar koeien gehad en daarnaast paarden. Hij had daar een loonbedrijf. Ook Bouke van der Wal is daar aan de Scheen begonnen. Halverwege de Scheen op ‘het kale einde’ hadden Loopstra aan de oostkant en Hindrik van Nuttert aan de andere kant een stukje land, waar ze meestal molken en soms maaiden. Een stukje richting het eind van de Skien heeft ook nog Rienk Grondsma, een stevige, zeg maar grove man, geboerd. Dat was aan de oostkant. Hij woonde niet bij de veestalling. Aan het eind van de Scheen boerde Hindrik Minnema
en later nog even een zoon van hem. Dat was toen trouwens al een andere gemeente, namelijk Doniawerstal. Aan het eind van de dertiger jaren is de eigenaar, Bernardus Holtrop, zélf weer op die boerderij gegaan, met zijn dochter en schoonzoon, Jeep Hoekstra. Holtrop was een zeer sympathieke man en had nogal eens een functie. Daarbij stond hij bekend om zijn grote neus. Nardus Noas is dan ook geen scheldnaam maar een constatering van een feit.
Dan Westermeer, de hoofdplaats in vroeger tijden, waaruit later Joure ontstond. Achter het grote kerkhof met zijn toren woonde Sjoerd Minnema,
met vrouw en kinderen, waarvan ik er ook één ben. In 1932 kwam Sjoerd Minnema in Joure wonen. Daarvoor woonde daar een Hiemstra. Die man was niet zo groot en toen de landeigenaar de boerderij wat liet verbouwen, - de koeien werden groter - vroeg hij of het bijgebouw ook hoger moest. Dat vond Hiemstra niet nodig. Maar toen grote Sjoerd kwam, wilde hij wel dat het iets hoger werd. We hebben vaak met ons hoofd tegen de zolder gezeten! Onze ouders hadden negen dochters en drie zonen. Dat laatste was minder belangrijk, maar dat eerste had tot gevolg dat het stukje Binnenpad naast het kerkhof het Minnema bosje werd genoemd, want iemand anders zijn zoon kwam wel op die dochters af. Ook deze boerderij bestaat niet meer. De opvolger Jouke heeft ook in de Haskerveenpolder een andere boerderij gekregen. Een stukje verder in Westermeer lag weer een reed naar achteren, langs de Miente. Dit stuk land is tijdens de oorlog meestal volkstuin geweest, waar veel Jousters gebruik van maakten. Halverwege lag de woning met ernaast de boerderij van Otto de Jong. Dat was van oudsher ook een veeboerderij geweest, want er zat nog een melkkelder onder het woonhuis. Daarvoor ging men het Binnenpad linksaf en kwam men bij een zogenaamde koe melkerij, een kleine stal met een hooiberg en een paar percelen land. Daar woonden vroeger Jan van der Veen met zijn vrouw, in mijn tijd al stokoude mensen, met één koe. Toen zij stierven, een paar jaar na elkaar, wilde Van der Veen dat zijn vader de koe erbij nam. Dat is ook gebeurd, maar het dier heeft zich nooit thuis gevoeld tussen de koppel. Daarna heeft Hein Mink daar gewoond en geboerd. Hij was daarnaast ook veekoopman. Na Mink is Arie de Boer daar begonnen. De volgende boerderij, maar ook weer een eind van de weg af, was een kop-hals-romp boerderij met een geel voorhuis. Daar woonde Arjen Landman. Zijn pruimpje hoorde bij hem als hij buiten was. Deze mensen hebben op een bepaald vlak nogal wat tegenslag gehad. Maar op den duur hebben ze toch nog een zoon gekregen. Die kon ook weer via de ruilverkaveling verder boeren in Haskerhorne. Daarna kwam de stal van Ymke Baaiema, ook weer met de achterkant naar het Binnenpad. Daar vlakbij stond ook nog een arbeiderswoning; daar woonde vroeger een Roel Oosting. Halverwege de jaren dertig was al een begin gemaakt met een autoweg. Het einde van Sneek naar de Joure was voor de oorlog al klaar, net zoals het einde van de Scheen naar de Sewei; dat laatste einde liep tussen de boerderijen van Baaiema en Ids Bakker door. Het Binnenpad liep toen nog over die weg heen. Toen de weg vierbaans werd, is dat pad vervallen. De boerderij van Bakker staat er nog. De dochter en schoonzoon van Bakker, Minkes, hebben er nog geboerd. Het land is verkocht nadat Minkes vertrokken is. Nu dient de boerderij nog als woning. Sipke Woudstra zijn boerderij staat er ook nog, achter de rijksweg. Daar is Jan van der Zee naar toe getrokken vanuit het achterland. Hem en zijn vader Feike heb ik eerder genoemd aan de noordkant van de Geert Knolweg. Daarna kwam nog de boerderij waar vroeger Foeke Siebesma woonde, een oude kop-hals-rompboerderij. Die stond ongeveer op de plek waar nu de vierbaansweg naar Lemmer ligt. Als laatste in Westermeer Kees Hanje, ook weer aan het Binnenpad. Dat Binnenpad was een openbare weg. Dit Binnenpad liep naar het Nannewijd toe, maar liep in de Middeleeuwen nog door naar Nijehaske en verder naar Oudeschoot. Deze openbare weg is in de ruilverkaveling opgeheven, omdat er twee autowegen doorheen kwamen van Joure tot aan de Sewei. Hanje heeft in de ruilververkaveling ook nieuw gebouwd in de Haskerveenpolder. Er bleef niet genoeg land voor hem over bij het oude huis. B. van der Wal is vanaf de Scheen daarheen verhuisd. Het gebouw is onlangs afgebrand. Het was ook al geen landbouwbedrijf meer.
Dit waren in het verleden zo’n beetje de boerderijen in Joure en omgeving.

