De “Âlde” en de “Nije” feart fan Sint Nyk


De “Âlde” en de “Nije” feart fan Sint Nyk
© Foto voorblad: Stichting Ut Eigen Gea, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Rechthebbende bij ons onbekend

Een publieke aanbesteding

Op 27 september 1834 verzamelt een grote groep dagloners zich in de herberg van Pier Pieters Veltman in Sint Nicolaasga (momenteel café De Hoeke) voor de publieke aanbesteding van het graven en slatten van de oude en nieuwe vaart tussen het dorp en het Tjeukemeer. De werkzaamheden zijn belangrijk voor de afwatering en het vervoer in de regio, dat in die tijd grotendeels over water plaatsvindt. De aanbesteding staat onder toezicht van notaris Tjalling Siebrandus van der Ley, met als getuigen onder meer Bruin Ydes Agricola, een invloedrijke boer en gemeenteraadslid, en de dorpsvoogden Jitte Sierds Feenstra en Reinder Jacobus Groenendal, die zelf land aan de nieuwe vaart hebben liggen.

De dagloners komen uit omliggende dorpen zoals Idskenhuizen, Wijckel, Bakhuizen, Joure en Heerenveen. Onder hen bevindt zich Johannes Lykles Nijholt, een 32‑jarige arbeider uit Sint Nicolaasga, die vanwege zijn gezin goed werk kan gebruiken. De notaris leest zestien artikelen voor met voorwaarden over betaling, uitvoering, afmetingen van de vaart en verantwoordelijkheden van de aannemers. Het werk wordt verdeeld in vijftien percelen, elk aanbesteed per vijf Nederlandse ellen. Er wordt gemijnd: de prijs zakt telkens verder totdat niemand meer verlaagt. Johannes Nijholt weet uiteindelijk vijf percelen binnen te halen, samen goed voor 1080 ellen en een totaalbedrag van ƒ150,20. De totale aanbesteding komt uit op ƒ634,20. De arbeiders moeten direct beginnen; het deel vanaf het Tjeukemeer tot het Slot moet klaar zijn op 18 oktober 1834, het resterende deel uiterlijk 31 oktober.

Na afloop klinken de romers en jenever vloeit rijkelijk, want het zware werk vereist mankracht en voorbereiding. In 1860 volgt opnieuw een aanbesteding, ditmaal in opdracht van de gemeente Doniawerstal, omdat de vaart in de loop der jaren te smal en te ondiep was geworden voor grotere tjalken en turf- en beurtschepen. Daarbij worden de dijken geslecht en oude graverijen aangevuld.

Aanbesteding Fearten fan Sint Nyk

Hieronder het complete verhaal

Op zaterdag 27 september 1834 rond 9.30 uur loopt de herberg van Pier Pieters Veltman (momenteel café de Hoeke) geleidelijk aan vol. Het merendeel van deze mannen is dagloner. Ze komen uit Idskenhuizen, Wijckel, Bakhuizen, Snikzwaag, Heerenveen, Joure, Oosterzee en Sint Nicolaasga. Al deze mannen komen op de aanbesteding van de Sint Nykstervaart af. De aanbesteding zal plaats vinden om 10.00 uur. Notaris Tjalling Siebrandus van der Ley uit Langweer is aanwezig en heeft als getuigen bij zich Bruin Ydes Agricola en Rintje Sietzes Sietsma. Als dorpsvoogden zijn aanwezig Jitte Sierds Feenstra en Reinder Jacobus Groenendal. In wiens belang was deze aanbesteding, de raadsverslagen uit die tijd vertellen daar niets over. Wel weten we dat vervoer vroeger voor een groot gedeelte over het water moest. Of mogen we voorzichtig aannemen dat er ook wel enig eigenbelang in het geding was. Bruin Ydes Agricola 1772-1842, gemeenteraadslid van Doniawerstal was een boer met aanzien. Hij boerde op het eerste gedeelte van het Westein en had land aan de oude vaart. Ook handelde hij regelmatig in land. Reinder Jacobus 1762-1839 en Jitte Sierds Feenstra 1785-1835 behartigden de belangen voor het dorp. Reinder Jacobus was boer op de Lemmerdyk en kon vanuit zijn raam de oude vaart zien. Jitte Sierds, ook boer, zal als oud schoolmeester van Doniaga wel de schrijver geweest zijn maar beiden hadden land aan de nieuw te graven vaart liggen. Van Rintje Sietzes Sietsma weten we alleen dat hij boer was op het Westein.

Dagloners

Onder de dagloners bevindt zich de Sint Nykster Johannes Lykles Nijholt, een man van 32 jaar, in de kracht van zijn leven. Hij is getrouwd met Ynske Jelles Bosma. Ze hebben 4 kinderen en Ynske verwacht de vijfde. Het maalde hem al enkele dagen in het hoofd om, want werk om deze tijd van het jaar dat kon hij wel gebruiken. Rond 10.00 uur, Pier Pieters moest zelfs nog naar de zolder om er stoelen bij te zetten, heeft iedereen dan toch een plaatsje in de herberg. Dan is het woord aan de notaris. Hij begint met het voorlezen van zestien artikelen, waarin alle condities staan, die te maken hebben met aanbesteding en werk. Het karwei wordt aanbesteed in vijftien percelen, lopend vanaf het Tjeukemeer tot aan het dorp Sint Nicolaasga. Er was in die tijd al een afwateringssloot, welke zorgde voor het drooghouden van de Van Eysingapolder. Deze inpoldering dateert uit het jaar 1778. Er moest gegraven en geslat worden. Het zand dat uitgegraven werd, moest geslecht worden op de kant van de Scharleijen, acht palmen uit de kant en over een lengte van twee ellen, acht palmen en vijf duimen. (Een palm is 10 cm, een el 69 cm en een duim 2,5 cm red.) Om het werk werd gemijnd en de aanneemsom werd vastgesteld over vijf ellen en voor de hoogste mijner zat er nog ƒ0,50 strijkgeld aan vast. Enkele mannen hadden het zweet al op hun voorhoofd staan hoewel ze nog geen schop in de grond hadden gezet.  Johannes Lykles zette het eerste perceel in op ƒ 2,10, maar na een aantal verlagingen ging Anne Hendriks Brinksma uit Idskenhuizen er mee vandoor voor ƒ 1,30. Zo gingen er vijftien percelen door de herberg en heen en weer werd er verlaagd. Johannes houdt er vijf percelen aan over, hij staat voor 1080 ellen en dat voor 150,20 Nederlandse guldens. De totale aanbesteding komt uit op ƒ 634,20 en ze mogen dezelfde dag nog beginnen met het werk. Het achterste gedeelte, lopend vanaf het Tjeukemeer tot aan het Slot (boerderij Ypma) met een versmalling naar het dorp St. Nyk – bekend als de ‘âld feart’ - moet op 18 oktober van datzelfde jaar klaar zijn. Voor de ‘nije feart’, het voorste gedeelte, dat meer graafwerk inhoudt, krijgen ze de gehele maand oktober.

Na afloop komen de romers en jenever uit het buffet; er zullen vast wel mannen aanwezig zijn met een droge keel. De aannemers zullen wel wat werkvolk bij elkaar moeten scharrelen want één man met kruiwagen kan dit werk niet aan.  Op 14 februari 1860 volgde er weer een nieuwe aanbesteding, dit keer in opdracht van de gemeente Doniawerstal. De vaart was waarschijnlijk niet toereikend genoeg voor de tjalken, turf- en beurtscheepjes. Vanaf 1850 begon men ook met het bemesten van de landerijen met terpaarde dat vervoerd werd in grotere tjalken. In de bepalingen van 1860 werd regelmatig gesproken over verwijden en uitdiepen van de vaart. Met de vrijkomende specie werden de polderdijken geslecht en de oude graverij werd weer aangevuld.

Publieke Aanbesteding 

Op heden Zaterdag den zevenentwintigste der maand September des jaars Eenduizend achthonderd vierendertig des voordemiddags ten tien uren ten huize van Pier Pieters Veltman, kastelein wonende te Sint Nicolaasga zijn wij Tjalling Siebrandes van der Ley openbaar Notaris in het kanton Lemmer Arrondissement Sneek Provincie Friesland residerende te Langweer, en in tegenwoordigheid van de twee hierna te noemen en mede ondergetekende getuigen ten verzoeke van de aan ons zeer wel bekende  Jitte Sierds Feenstra, boer en Reinder Jacobus Groenendal, boer en beide wonende te Sint Nicolaasga in de hoedanigheid als administrerende dorpsvoogden van den dorpe Sint Nicolaasga overgegaan tot de publieke aanbesteding van het slatten van na te melden vaart, lopende vanaf het dorp Sint Nicolaasga tot aan de Tjeukemeer.

Opvolgende Condities en Voorwaarden

Artikel Een: De aanbesteding zal geschieden bij Nederlandse guldens van honderd cents ieder halve en geen mindere gedeelten dan vijf cents van dien.

Artikel Twee: De aannemers bij den afloop der besteding afwezig zijnde wordt die toewijzing aan een ander in hunner naam gegeven en het proces verbaal door den zodanigen zijnentwege getekend het welk dezelfde kracht en uitwerking zal hebben of als zulks aan hun in persoon geschiedt en door getekend ware.

Artikel Drie: Wanneer twee of meer laagst mijnende personen even laag mijnen, zullen dezelve gehouden zijn met verlaging van het vorige opnieuw te mijnen waartoe ook eenieder als verkiezende mede zal worden toegelaten

Artikel Vier: Iemand als gelastigde van een andere mijnende verlagende of aannemer wordende, zal verplicht zijn op aanvrage van aanbesteders of notaris dadelijk zijne lastgeving te noemen bij verkiezende of gebreke waarvan hij in eigener naam wordt aangetekend en al zoo zelve verbonden is.

Artikel Vijf: Wanneer twee of meer personen tezamen aannemers worden, zullen dezelve tezamen en ook solidair dat is elk hunner in het bij zonder voor het geheel verbonden zijn.

Artikel Zes: Dat men van finale aannemers zal mogen aannemen wiens men wil zodat iedere mijnder of verlager voor zijn bod moet vast staan en dus niet het regt van terugtasting op den tweeden, derden of vierden mijnder of verlager zonder gehouden te zijn daarvan redenen te geven waarom zulks geschiede.

Artikel Zeven: Dat men het uitgeloofde strijkgeld weder zal mogen intrekken zoo er geen aannemer naar genoegen zijn.

Artikel Acht: Dat met het aangenomen werk zal mogen worden begonnen dadelijk na de aanbesteding, het gehele werk zal moeten afgedaan zijn voor zover de vaart strekt vanaf de huizinge het Slot genaamd tot in de Tjeukemeer voor of op den achttienden oktober dezes jaars en zover genoemde vaart strekt vanaf de huizinge voornoemd tot aan het dorp Sint Nicolaasga uiterlijk op den laatsten dag der maand oktober dezes jaars.

Artikel Negen: De aannemers zullen gehouden zijn om het aangenomen werk naar den inhoud dezer conditiën te moeten maken op eigen kosten van drank en gereedschappen en zelfs ter plaatse moeten schikken alle de daartoe benodigde materialen of gereedschappen zonder enige verplichting van de aanbesteders.

Artikel Tien: Indien de aannemers met hun aangenomen werk in gebreke mogen blijven of bij den bepaalden tijd niet hebben afgedaan of overeenkomstig de bepalingen en conditiën hebben gemaakt, houden de aanbesteders de vrijheid om het werk op des aannemers kosten te laten afmaken, indien de aannemers na een bepaalde tijd dan het aangenomen werk moeten werken zullen de aanbesteders het recht hebben om elkaars van de aannemersprijs drie gulden te korten.

Artikel Elf: De aannemers zullen het gehele werk op hun hoeden moed moeten hebben en houden totdat hetzelve geheel is afgedaan opgenomen en goedgekeurd van de aanbesteders of opziener of derzelver gelastigde zodat het tot volkomen genoegen moet zijn en naar de inhoud der conditiën.

Artikel Twaalf: De aannemers zullen de aarde van de te graven vaart moeten werpen op den kant van de zogenaamde Scharlijen en dezelve behoorlijk slegten op eene afstand van acht palmen van de kant der vaart op eene breedte van twee ellen acht palmen en vijf duimen.

Artikel Dertien: De betaling zal geschieden in zilvergeld zo der eenige voor geld gaande of andere papieren geldwaarde hebbende of zullende krijgen in een termijn als het werk is afgedaan opgenomen en tot genoegen is van aanbesteders opziener of gelastigde.

Artikel Veertien: De aanbesteders houden aan zich het recht om het te besteden werk in te houden zoo er geen aannemers zijn of hetzelve niet na genoegen kan worden aanbesteed.

Artikel Vijftien: Tot strijkgeld wordt gesteld op ieder per ceel vijftig cents en er wordt geen verlaaggeld uitgeloofd. Wanneer twee of meer personen in verschil zijn wie het eerst gemijnd heeft, staat in deze de finale deselve aan den geroeper.

Artikel Zestien: De aannemers zullen gehouden zijn de vaart te graven ter wijdte onder in den bodem vier ellen en vier palmen en op de hoogte van den tegenwoordige stand van het buitenwater zes ellen en drie palmen zodat dezelve aan weerskanten een dosering zal moeten verkrijgen van drie palmen twee duimen per drie palmen twee duimen diepte in de vaart tenminste van één el naar den tegenwoordigen stand van het water van het buitenwater zullende echter wanneer het water hoger mocht worden, de aannemers gehouden zijn zich naar den tegenwoordige stand van het water te regelen. Duidelijke en openlijke voorlezing der conditien wordt aan de gegadigde aannemers ten besteding aangeboden als volgt.

Het eerste Perceel

Strekkende zich uit het Tjeukemeer tot aan het tweede perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Johannes Lykles Nijholt arbeider wonend te Sint Nicolaasga met eene somma van twee guldens tien cents, verlaagd door Anne Hendriks Brinksma arbeider wonende te Idskenhuizen twintig cent, door Johannes Lijkles Nijholt vermeld twintig cent door Anne Hendriks Brinksma vermeld twintig cents, door Klaas Dofler arbeider wonende te Wijckel vijftien cents, door Anne Hendriks Brinksma vermeld vijf cents. Hierop geen meerdere verlagingen geschied zijnde, is Anne Hendriks Brinksma aannemer geworden voor de somma van een gulden dertig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het tweede Perceel

Strekkende vanaf het eerste tot aan het derde perceel, per vijf Nederlandsche ellen, de laagste mijner is Jan Hendriks de Vries, arbeider wonende te Wijckel met eene somma van een gulden, verlaagd door Anne Hendriks Brinksma, arbeider te Idskenhuizen vijfendertig cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Anne Hendriks Brinks ma aannemer geworden voor de somma van vijfenzestig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het derde Perceel

Strekkende vanaf het tweede tot aan het vierde perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Roelof Arends Bloemberg, arbeider te Snikzwaag met eene somma van zeventig cents, verlaagd door dezelve tien cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde, is gemelde Roelof Arends Bloemberg aannemer geworden voor de somma van zestig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het vierde Perceel

Strekkende vanaf het derde tot het vijfde perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste is Klaas Jans Hofmeyer arbeider wonende te Sint Nicolaasga met eene somma van tachtig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde, is gemelde Klaas Jans Hofmeyer aannemer geworden voor de somma van tachtig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het vijfde Perceel

Strekkende vanaf het vierde tot aan het zesde perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Geert de Haan arbeider wonende te Heerenveen met eene somma van één gulden. Verlaagd door Johannes Lykles Nijholt arbeider wonende te Sint Nicolaasga dertig cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Johannes Lykles Nijholt aannemer geworden voor zeventig cents.

Het zesde Perceel

Strekkende vanaf het vijfde tot aan het zevende perceel, waarvan vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Willem Jans van Talen arbeider wonende te Joure met eene somma van negentig cents. Verlaagd door Geert Jacobs de Jong wonende te Heerenveen vijf cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Geert Jacobs de Jong aannemer geworden voor vijfentachtig cents.

Het zevende Perceel

Strekkende vanaf het zesde tot aan het achtste perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Pier Jans Jetten arbeider wonende te Sint Johannesga met eene somma van vijfennegentig cents. Verlaagd door Anne Hendriks Brinksma arbeider wonende te Idskenhuizen twintig cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Anne Hendriks Brinksma aannemer geworden voor de somma van vijfenzeventig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het achtste Perceel

De oude vaart met de Slotmolen en beurtschipper Jelle de Jong. Haan arbeider wonende te Heerenveen met eene somma van één gulden. Verlaagd door Johannes Lykles Nijholt arbeider wonende te Sint Nicolaasga dertig cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Johannes Lykles Nijholt aannemer geworden voor zeventig cents. Het zesde Perceel Strekkende vanaf het vijfde tot aan het zevende perceel, waarvan vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Willem Jans van Talen arbeider wonende te Joure met eene somma van negentig cents. Verlaagd door Geert Jacobs de Jong wonende te Heerenveen vijf cents. Hierop geen meerdere verlaging geschied zijnde is gemelde Geert Jacobs de Jong aannemer geworden voor vijfentachtig cents. Strekkende vanaf het zevende tot aan het negende perceel, waarvan vijf per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Johannes Lykles Nijholt arbeider wonende te Sint Nicolaasga met eene somma van vijfenzeventig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde, is gemelde Johannes Lykles Nijholt aannemer geworden voor de somma van vijfenzeventig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het negende Perceel

Strekkende vanaf het achtste tot aan het tiende perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Johannes Lykles Nijholt arbeider wonende te Sint Nicolaasga met eene somma van zeventig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde is aannemer zijnde is gemelde Johannes Lykles Nijholt aannemer geworden voor de somma van zeventig cents per vijf nederlandsche ellen.

Het tiende Perceel

Strekkende vanaf het negende tot aan het elfde perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Johannes Lykles Nijholt arbeider wonende te Sint Nicolaasga met eene somma van vijfenzeventig cents. Geene verlaging hierop geschiedt zijnde is gemelde Johannes Lykles Nijholt aannemer geworden voor de somma van vijfenzeventig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het elfde Perceel

Strekkende vanaf het tiende tot aan het twaalfde perceel waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Heere Thomas van der Werf arbeider wonende te Joure met eene somma van één gulden. Geene verlaging hierop geschied zijnde is gemelde Heere Thomas van der Werf aannemer geworden voor de somma van één gulden per vijf Nederlandsche ellen.

Het twaalfde Perceel

Strekkende vanaf het elfde tot aan het der tiende perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Johannes Feenstra arbeider wonende te Sint Johannesga met eene somma van één gulden vijfennegentig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde, is gemelde Johannes Feenstra aannemer geworden voor de somma van één gulden vijfennegentig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het dertiende Perceel

Strekkende vanaf het twaalfde tot aan het veertiende perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Harmen Jans de Jong arbeider wonende te Bakhuizen met eene somma van twee guldens vijfentwintig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde, is gemelde Harmen Jans de Jong aannemer geworden voor de somma van twee guldens vijfentwintig cents per vijf Nederlandsche ellen.

Het veertiende perceel

Strekkende vanaf het dertiende tot aan het vijftiende perceel, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Harmen Jans de Jong arbeider wonende te Bakhuizen met eene somma van één gulden tachtig cents. Geene verlaging hierop geschied zijnde is gemelde Harmen Jans de Jong aannemer geworden voor de somma van één gulden tachtig cents.

Het vijftiende perceel

Strekkende vanaf het veertiende perceel tot aan het dorp Sint Nicolaasga, waarvan per vijf Nederlandsche ellen de laagste mijner is Klaas Douwes Dijkstra arbeider wonen de te Sloten met eene somma van één gul den vijftig cents. Verlaagd door Romke Melis de Jong, arbeider wonende te Oosterzee, tien cents door Geert Jacobs de Jong, arbeider wonende te Heerenveen tien cents. Geene verlaging hierop meer geschied zijnde is gemelde Geert Jacobs de Jong aannemer geworden voor de somma van één gulden dertig cents per vijf Nederlandsche ellen. En verklaarden de aannemers zich te verbinden om hun aangenomen werk in alles te zullen volbrengen, en zich naar de voren omschreven conditiën te onderwerpen. Hiermede is dit proces verbaal van aanbesteding gesloten ten dage en plaatse in het hoofd dezes gemeld. Waarvan acte gedaan en gepasseerd in tegenwoordigheid van Bruin Ydes Agricola, lid van de Grietenijraad van Doniawerstal en Rintje Sietzes Sietsma boer, beide wonende te Sint Nicolaasga, als ten dezen speciaal verzochte en bevoegde getuigen welke deze acte met de aanbesteders en aannemers benevens ons Notaris nagedane voorlezing hebben getekend.

Colofon

Archief Gemeente Skarsterlân en Tresoar

Foto's Theo Rijpkema

© Tekst: Harry de Vries
Lees meer

Gerelateerde informatie


Foto’s





Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Stichting Ut eigen Gea)