Het zangkoor als tijdsbeeld


Het zangkoor als tijdsbeeld
© Foto voorblad: Stichting Ut Eigen Gea, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: Rechthebbende bij ons onbekend

Het Gemengd Koor in Joure speelde meer dan een halve eeuw een centrale rol in het culturele leven van de gemeenschap. Hoewel er al in 1877 een koor met dezelfde naam bestond, werd het huidige koor in 1898 nieuw leven ingeblazen als Kroningskoor ter ere van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Kort daarna kreeg het de blijvende naam Gemengd Koor, opnieuw onder leiding van Gjalt Brouwer. Zoals in het document staat: “Het nieuwe koor ging voortvarend van start.” Het koor kende vele hoogtepunten, vooral door de succesvolle uitvoeringen van zangspelen en operettes, waaronder Franchemont, De Meikoningin, Rose Marie en Het klokje van de Heremiet. De uitvoeringen trokken veel publiek en zorgden soms voor een tijdelijke groei van het ledental. Toch bleef dat ledental een terugkerend probleem: “Een vaste kern bleef het koor onder alle omstandigheden trouw, maar veel anderen haakten vrij snel weer af.” Daarnaast kampte het koor met een reputatie van elitair te zijn, wat potentiële leden afschrikte. De oprichting van arbeidersverenigingen zoals Nij Libben in 1920 versterkte de sociale scheidslijnen in Joure. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde het koor zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer en legde het de activiteiten stil tot 1945. Na de oorlog vervaagde het elitaire imago en bloeide het koor kortstondig op, mede dankzij de langdurige inzet van lokale dirigenten zoals Brouwer en Ids van Dijk. Na diens vertrek begon echter de neergang. Wisselende dirigenten, dalende motivatie en financiële problemen leidden uiteindelijk tot het einde van het koor rond 1959.

Het zangkoor als tijdsbeeld

(Het complete artikel)

Langer dan een halve eeuw, van 1898 tot na 1950, is het gemengd koord een belangrijke steunpilaar geweest onder het culturele leven in de Vlecke Joure. Het was daar overigens niet het eerste zangkoor onder die naam. Reeds in 1877 moet een koor zijn opgericht dat de naam “Gemengd koor” kreeg. Uit een bewaard gebleven tekstboekje blijkt dat op tweede kerstdag 1879 door dit koor een uitvoering werd gegeven onder de noemer “Buitengewone vergadering”. Opvallend is dat bij die gelegenheid bijna uitsluitend Duitse liederen werden gezongen. Het koor stond onder leiding van Gjalt Brouwer, een bekende figuur in de Jouster gemeenschap van die tijd. Een lang bestaan is het koor niet gegund geweest. In 1889 werd nog wel opgewekt het 12½-jarig bestaan gevierd, maar ruim 4 jaar later viel het doek. Weer vier jaar later werd het koor nieuw leven ingeblazen. Aanvankelijk onder de naam Kroningskoor. Het nieuwe koor leverde een belangrijke bijdrage aan de Kroningsfeesten die op 6 september 1898 in Joure werden gehouden ter gelegenheid van de kroning van Koningin Wilhelmina. Ruim een maand later werd het gelegenheidskoor omgeturnd tot een blijvend koor onder de naam “Gemengd Koor”, met opnieuw Gjalt Brouwer als directeur. Het nieuwe koor ging voortvarend van start. Het 10-jarig bestaan werd op 29 en 30 juli 1908 gevierd met het organiseren van een “Nationale Wedstrijd voor Gemengde Koren en Fanfarekorpsen”. Aan het concours namen 11 zangkoren en 15 fanfarekorpsen deel, op een enkele uitzondering na allen afkomstig uit Friesland. De zangvereniging “Excelsior” uit Steenwijk zorgde voor het nationale tintje.

Pieken en dalen

Het bestaan van “Gemengd koor” is gekenmerkt door pieken en dalen. De zangspelen en operettes die in de loop der jaren ten gehore werden gebracht waren stuk voor stuk hoogtepunten. De serie begon in 1902 met “Franchemont| de Marskramer”. Later volgden “Marten de Dorpsviolist” (1905), “De Meikoningin” (1909), “Marijke van Scheveningen” (1917), “Rose Marie” (1918), “Marion de Marketentster” (1923), “Het klokje van de Heremiet” (1929), “De barbier van Straatsburg” (1932) en “Nelly” (1938). Sluitstuk was het Vlaamse zangspel “Lieveke van Hemel”, de bijdrage van het 50-jarige “Gemengd Koor” aan de Jubileumfeesten die van 14 tot en met 17 Juli 1948 werden gehouden samen met de eveneens jubilerende muziekvereniging “Concordia” (40) en de gymnastiekvereniging “Vriendschap & Kracht-Hygiëa” (65). Meermalen verleende het strijkorkest “De Dilletant” medewerking aan de uitvoeringen maar in andere gevallen zorgde een eenzame pianist(e) voor de muzikale ondersteuning. De uitvoeringen trokken veel belangstelling en dat vertaalden zich vaak in een tijdelijke toename van het aantal leden. Juist het ledental echter is dikwijls een bron van zorg geweest. Een vaste kern bleef het koor onder alle omstandigheden trouw, maar veel anderen haakten vrij snel weer af.

Een vervelend etiket

Het ledental werd bovendien ongunstig beïnvloed door een etiket dat het koor kreeg opgeplakt. Veel mensen vonden het koor wat elitair en dat weerhield hen ervan zich daarbij aan te sluiten. Bij het koor ging men uit van het principe dat iedereen die de toonladder beheerste, welkom was, maar men sloot de ogen niet voor de drempelvrees bij sommige mensen. Reeds enkele jaren na de oprichting van het koor pleitte directeur Gjalt Brouwer voor het houden van volksuitvoeringen, want - aldus de directeur - onder de werkende stand vindt men beste zangers. Het lukte echter nooit om veel twijfelaars over de drempel te trekken. Het gelukte al helemaal niet nadat in 1920 de arbeiderszangvereniging “Nij Libben” en het Arbeidersstrijkje waren opgericht.  Dat accentueerde alleen maar de standsverschillen tussen drie bevolkingsgroepen: de werkende stand, de middenstanders en andere middenmoters, en de burgerij alle drie nogal in zichzelf gekeerd. De meeste leden van “Gemengd Koor” behoorden tot de tweede groep. Uiteindelijk had het “Gemengd Koor” echter wel de langste adem. In het begin van de bezettingsjaren weigerde men zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer en ging men zogenoemd met vakantie. Die vakantie duurde tot september 1945. Met ruim 30 leden en met als directeur Ids Jacob van Dijk, die in 1925 het stokje van Gjalt Brouwer had overgenomen ging het koor opnieuw van start. “Nij Libben” en het “Arbeidersstrijkje”, om dezelfde reden ondergedoken, kwamen niet weer boven water. Het etiket dat “Gemengd Koor” ooit kreeg opgeplakt, begon inmiddels aardig te verbleken. Ook dat was een tijdsbeeld. Vooral in de eerste jaren na de bezetting was er sprake van toenemende saamhorigheid. Toch begon zich voor het koor ook een negatieve ontwikkeling af te tekenen. Het werd duidelijk waaraan jarenlang de stabiliteit van het zangkoor te danken was geweest; de inzet van directeuren uit de eigen, vertrouwde omgeving, voor wie bovendien de liefde voor de muziek en de gebondenheid aan de Vlecke zwaarder wogen dan de hoogte van een financiële tegemoetkoming. Met die instelling heeft Gjalt Brouwer ruim 20 jaar voor het koor gestaan en Ids van Dijk zelfs bijna 30 jaar.

Het slotakkoord

Na de periode Van Dijk werd het een komen en gaan van directeuren die van elders kwamen en de bevlogenheid van hun voorgangers misten. Onder die omstandigheden begon de teloorgang van het koor zich af te tekenen. In 1959 werd nog wel - zij: het een jaar te laat - het 60-jarig bestaan gevierd, maar daarna ging het snel bergafwaarts. De animo verslapte, het ledental slonk en omdat de kosten niet daalden, kwam de bodem van de schatkist in zicht. Kortom, de motivatie ontbrak om opgewekt het hoogste lied te blijven zingen. Na alweer een weinig inspirerende repetitie kwamen de leden dan ook tot de slotsom dat die avond in feite het slotakkoord voor “Gemengd Koor” had geklonken …

© Tekst: Piet Rigter van der Zee
Lees meer

Gerelateerde informatie


Foto’s



Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Stichting Ut eigen Gea)