Melkboeren van Haskerland en Doniawerstal
De melkboeren van Haskerland en Doniawerstal
Het artikel beschrijft de geschiedenis van de melkboeren in Haskerland en Doniawerstal, met een centrale rol voor Piet Hoekstra, Sjoerd Hoekstra en Ruurd van der Heide. Na de Tweede Wereldoorlog besloten melkhandelaren hun belangen te bundelen. Op 19 februari 1946 werd in Café Teernstra te Joure de’ Afdeling Joure van de Neutrale Friesche Bond van Tappers in Melkproducten’ opgericht. Het bestuur bestond uit Sjoerd Hoekstra, Harm Oppewal en Siebe Brouwer. De afdeling bleef actief tot 1973 en fuseerde daarna met Heerenveen.
Een terugkerend probleem waren de ‘zwarte venters’: boeren die melk onder de prijs verkochten. Hoewel de bond aandrong op het doorgeven van namen, weigerden de Jouster venters dit aanvankelijk uit solidariteit met boeren die tijdens de oorlog hadden geholpen. Pas later werd strenger opgetreden. Het document geeft een levendig beeld van de moeilijke economische omstandigheden vlak na de oorlog. Zo klaagde secretaris Oppewal over de strenge winter en de strakke rantsoenering: “Doch gelukkig is het voorjaar gekomen…”. De overheid bepaalde prijzen en rantsoenen, wat de venters zwaar trof.
Rond 1950 werd de wijksanering ingevoerd: elke melkventer kreeg een eigen wijk, met regels voor omzetverdeling, ziektevervanging en klachtenafhandeling. De bezorging ontwikkelde zich van handkar en hondenkar naar bakfiets, elektrische wagens en uiteindelijk de rijdende winkel. In 1966 verscheen de eerste echte SRV-wagen; in 1973 reden er al 300 in Friesland. De concurrentie van supermarkten nam vanaf de jaren zestig sterk toe. Waar venters ooit 100% marktaandeel hadden, daalde dit landelijk naar 50%. De Friese Bond probeerde via inkooporganisaties zoals de ZHM de positie van venters te versterken. Het artikel sluit af met anekdotes die het sociale karakter van het beroep tonen, zoals klanten die op basis van geloof de melk verdeelden en de melkboer die als eerste merkte wanneer er gezinsuitbreiding op komst was.
De melkboeren van Haskerland en Doniawerstal
‘Friesche Bond’
(Het complete artikel uit 'Ut eigen Gea' nr.7 uit 2006)
Zoals zoveel ondernemers die in eenzelfde branche werkzaam waren, namen na 1945 ook de melkhandelaren het initiatief om hun gezamenlijke belangen beter te behartigen door hun krachten te bundelen in één organisatie. De eerste vergadering van melkventers werd op 19 februari 1946 gehouden in Café Teernstra (later Café Swart en nu Café 't Hert) te Joure. Ondanks het geringe aantal van 5 aanwezigen werd ‘De Afdeling Joure van de Neutrale Friesche Bond van Tappers in Melkproducten’ opgericht. De Friese Bond bestond overigens al sinds 1934. Het eerste bestuur bestond uit Sjoerd Hoekstra, voorzitter; Harm Oppewal secretaris en Siebe Brouwer penningmeester. De contributie werd vastgesteld op 50 ct (guldens!) per maand en de secretaris kreeg opdracht om ook de andere collega's uit Joure, St. Nicolaasga, Terkaple en Idskenhuizen te bewegen lid te worden. Uit de notulen blijkt niet direct wat de aanleiding was tot de oprichting of wat men concreet in de toekomst wilde bereiken. Ze zijn bondig en zakelijk zonder uitgebreid de discussies weer te geven die er ongetwijfeld geweest zijn en de frequentie van vergaderen lag niet hoog. Veelal twee keer per jaar en soms werd ook een jaar overgeslagen. Ook werden de vergaderingen eerlijk verdeeld over de cafés in de gemeente. Jaarverslagen of regelmatige rapportages over de financiële stand van zaken zijn in het notulenboek niet terug te vinden. Desondanks komen toch in de loop der jaren wel een aantal zaken naar voren die de moeite waard zijn om weer eens in herinnering te roepen of bekend te maken. De Afdeling Joure heeft van 1946 tot 1973 bestaan en is daarna gefuseerd met Heerenveen; drijvende krachten waren Sjoerd Hoekstra die tot het einde voorzitter is geweest; Harm Oppewal, eerst secretaris en later de vertegenwoordiger naar de Friese Bond en Ruurd van der Heide die jarenlang secretaris is geweest. Piet Hoekstra werd in 1953 als penningmeester benoemd en nam na het aftreden van Sjoerd Hoekstra het initiatief om met de afdeling Heerenveen te gaan praten over samengaan.
Het is wellicht aardig om de namen van de venters die ooit lid zijn geweest (voor zover nog te achterhalen) te vermelden:
J. Boelsma Scharsterbrug, J. Bosgra Joure, D. Brouwer Joure, H. Brouwer Joure, J. Ekas Joure, L. Eppinga Langweer, J. Fluitman St. Nicolaasga, E. Haagsma St. Nicolaasga, R. van der Heide Joure, P. Hoekstra Joure, S. Hoekstra Joure, Sj. Hoekstra Joure, Hogeterp Joure, J. Horjus Joure, R. de Jong Ouwsterhaule, D. Kamminga Terkaple, H. Oppewal Joure, Pekema Joure, Van der Ploeg Joure, Pol Joure, S. Postma St. Nicolaasga, H. Schmitt Joure en P. Sijbesma Idskenhuizen
In 1975 werden Ruurd van der Heide en Piet Hoekstra en in 1977 H. Brouwer benoemd tot Bondsridder van de Friese bond wegens een 25-jarig lidmaatschap.
Zwarte venters
Eén van de zaken die steeds weer terugkeert op de agenda is het probleem van de ‘zwarte’ venters. Er waren nogal wat boeren in Haskerland die melk verkochten aan particulieren onder de prijs die de melkhandelaren rekenden. Direct al in 1946 werd door de provinciale organisatie aan de afdelingen gevraagd namen van de zondaars door te geven. Dat werd in Joure geweigerd omdat men vond dat de boeren die in de bezettingstijd zoveel mensen hadden geholpen, daardoor in moeilijkheden konden komen. Men besloot een brief te schrijven waarin werd gesteld dat vrijwel alle boeren melk verkochten maar dat men geen namen wenste te verstrekken. Maar het probleem bleef toch bestaan want in 1949 wordt "na een lange discussie" besloten om de politie te vragen die boeren te bezoeken die "clandestien" melk verkopen en in 1950 vraagt de Friese Bond aan de afdeling om namen door te geven van ventende boeren "en de zaak komt o.k.’ Het werkte kennelijk niet want in 1953 komt het punt nog eens in de notulen voor en in 1955 wordt besloten een lijst van verkopende boeren op te stellen en deze aan de VMO (de landelijke Verenigde Melkhandelaren Organisatie) te sturen. In begin 1957 is het probleem nog niet uit de wereld en dringt de Friese bond er bij de afdeling op aan om de namen van boeren aan haar door te geven zodat ze in handen gesteld kunnen worden van de Rijkspolitie "die haar volle medewerking heeft toegezegd." Eind 1957 wordt letterlijk in de notulen vermeld: "Hierna weer het aloude onderwerp: melk halen bij de boer. Hier is maar één oplossing voor: geef toch de namen door van de boeren die dit doen. In Joure is gebleken dat dit prima helpt." In de jaren daarna wordt er niets meer over genotuleerd en is het probleem kennelijk opgelost. Aardig is ook een ontboezeming van secretaris Oppewal in 1946 waarbij hij tussen de verslagen door in het notulenboek een aantekening maakt en klaagt over de strengste winter "die wij allen zolang we melkventers zijn hebben meegemaakt" en over de krappe economische omstandigheden waarin de melkventers verkeerden. Een letterlijk citaat laat daar wat van zien: "Doch gelukkig is het voorjaar gekomen en was de winter spoedig vergeten en we dachten dat ook daarmee alle ellende over zou zijn. Maar helaas, alle onze pogingen om iets te bereiken, de melk vrij of althans enige verruiming van rantsoenen te krijgen, mislukten. Een klein percentage karnemelk, kleiner dan in 1946, kregen we zonder bon. Een kleine verbetering trad in op 25 Februari 1947 toen de provisie met 0,4 verhoogd werd. Al was het niet veel, toch was het een stap in de goede richting. Maar er waren geruchten dat eerlang de omzetbelasting zou verdwijnen en dan zou zeer zeker de verlaagde belasting ten goede komen aan de venters. Doch in Den Haag was men even beter bedacht op het vasthouden dan we in de verste verte konden verwachten. Per 1 juli verdween de omzetbelasting op melk/karnemelk en wij moesten 0,30 per liter meer betalen en de belasting op pap werd met 1% verhoogd, te betalen door de venter. Leek het aanvankelijk dat we de vrije karnemelk zouden behouden, in de loop van de zomer werd dit reeds gehalveerd en in September werd alles ingetrokken. Op 4 oktober werd de prijs der pap met 1 ct. per liter verhoogd. Midden november was reeds door de radio bekend gemaakt dat de prijzen van sommige levensmiddelen moesten worden verhoogd en ja hoor, 22 november werden alle prijzen der melk- en melkproducten met 2 ct. per liter verhoogd en de prijs der boter met 96 ct. per kilo. Maar het sluitstuk der drama's van dit jaar kwam wel midden december toen de Minister van Voedselvoorziening bepaalde dat de melkrantsoenen noodzakelijk moesten worden verlaagd en het kwam, al was het niet veel, toch genoeg om de melkhandelaren een strop te bezorgen. Gelukkig dat de natuurelementen deze winter niet zo erg woedden als de vorige wat voor ons werk vrij wat gemakkelijker is. We zullen hopen dat het komende jaar een goed jaar voor ons moge zijn, gezondheid en arbeid, alsmede loon, voldoende loon op die arbeid." Einde citaat. Bedacht moet worden dat in die tijd de rijksoverheid de inkoop- en verkoopprijzen vaststelde en dat vele levensmiddelen "op de bon" waren.
Wijksanering
Vóór 1950 waren er nog geen eigen wijken en trokken de venters noodgedwongen door het hele dorp. Gestimuleerd door de overheid en de noodzaak om efficiënter te werken werd een sanering gestart en in de grotere plaatsen kreeg iedere venter zijn eigen wijk waarin de producten bezorgd werden. Wanneer de wijken veranderden of er nieuwe bijkwamen, moest de verdeling aangepast worden om de omzet gelijkmatig over de venters te verdelen. In Joure werd hiervoor een aparte commissie benoemd bestaand uit de voorzitter, secretaris en Piet Hoekstra die regelmatig bijeenkwam om zowel de eerste opzet van de wijken als latere correcties te regelen. Er werd tegelijkertijd een reglement opgesteld dat niet alleen de wijkindeling regelde maar ook de onderlinge verhoudingen tussen de melkboeren. Zo werd een vertrouwenscommissie ingesteld om klachten van consumenten te behandelen; werd de klacht vastgesteld dan kon ook een boete worden opgelegd (waarvan de hoogte door de collega's werd vastgesteld!). Bij ziekte dienden de collega's de betreffende wijk over te nemen en aan de zieke over de eerste 10 weken een vergoeding van 2 ct per eenheid af te dragen en in de volgende 10 weken van 1 ct. Er werd een basisomzet vastgesteld; afwijkingen werden maandelijks vastgesteld; het teveel kwam in een gezamenlijke pot en tekorten werden ook hieruit betaald. Men werd ook verplicht om 1 week vakantie op te nemen. Een raadselachtige bepaling is dat alle in de handel voorkomende producten door de deelnemers kunnen worden verkocht met de toevoeging: "Hieronder zijn ook de Nutriciaproducten begrepen".
De melkkar
De bezorging op zich onderging ook de nodige veranderingen. Waar de vader van Piet Hoekstra vroeger met 4 of 5 producten op de handkar door de buurt trok en later met de hondenkar, kwamen daarna paard en wagen en weer later de bakfiets in beeld. Piet Hoekstra bijvoorbeeld heeft tot 1962 de bakfiets gebruikt. Met het einde van de verkoop van losse melk en melkproducten en de groei van het assortiment kwam de vraag naar grotere wagens. In 1961 werden door de Friese Bond 165 Creusen electrobezorgwagens aangeschaft. Ze waren nog vrij klein en daarom alleen geschikt voor de bezorging van producten in flessen en een beperkt aantal bijproducten. In 1966 werd de eerste echte rijdende winkel in gebruik genomen; in 1973 waren er in Friesland 300 stuks op de weg. De voormalige melkventers verkochten ook groente, fruit en brood en hadden ze een assortiment van minstens 400 producten!
De leveranciers
In Joure werd de melk na W.O. II eerst geleverd door Hollandia in Scharsterbrug, daarna door de zuivelfabriek in Akmarijp en later door die in Haskerhorne. Rond W.O. II werd de melk voor Joure aangeleverd in de Torenstraat en daar door de venters opgehaald. De bestelbriefjes voor de melk van de volgende dag werden 's ochtends in een fles ingeleverd. Het gaf in de winter problemen om de producten niet te laten bevriezen en dan werden deze tijdelijk bewaard in het Armenhuis of in de scheerwinkel van Otter. De karnemelkse pap werd bij vriezend weer warm in bussen aangeleverd. Piet Hoekstra nam bij vorst dekens mee op de kar om met name de flessen niet te laten bevriezen. Het overkwam hem echter een keer dat de vorst hem verraste toen hij in Noord-Broek zonder dekens op ronde was en dat had 30 kapotgevroren flessen tot gevolg. Piet Hoekstra herinnert zich ook nog dat hij in de winter bij sneeuw een slee leende van Stroosma aan de Vegelinsweg en dat het in de zeventiger jaren een keer zo gesneeuwd had dat de Slachtedijk dicht was gewaaid en hij met de slee over het ijs (waar wel een baan was schoongehouden) naar Noord-Broek moest. De melk die men overhield ging 's middags retour naar de fabriek. Eén keer per week werd met de fabriek afgerekend.
Sociale ondernemersaspecten
Ook op sociaal terrein was men actief, zowel in de Afdeling als bij de Friese Bond. Zo werd geprobeerd om een vakantie- en ziekteregeling te treffen door wekelijks een bedrag daarvoor af te dragen. In 1952 werd door de landelijke bond een ziekte- en ongevallen- en overlijdensverzekering opgezet en in 1955 een pensioenregeling. Maar er was ook tijd voor gezamenlijke uitstapjes zoals uit onderstaande foto blijkt.
Soms had men ook gastsprekers op de vergaderingen en meestal waren dit afgevaardigden van de Friese Bond. Een regelmatige aanwezige was C. Boonstra, melkboer uit Leeuwarden, de vader van de voormalige voorzitter van de Raad van Bestuur van Philips, oprichter van de Friese bond van Zelfstandige Melkhandelaren en later voorzitter daarvan. Hij was de drijvende kracht achter de Friese organisatie. Maar er kwamen ook wel eens vertegenwoordigers van een bedrijf die probeerden hun producten bij de melkventers onder te brengen. Zo kwamen ook eens twee heren van Sterovita hun koffiemelk aanprijzen. Als lokkertje was met de Friese bond overeengekomen dat per verkochte 1/2 liter fles 1 cent in de kas van de oudedagsvoorziening zou worden gestort. Na het verkooppraatje werden tijdens de vergadering 6 flessen koffiemelk verloot. Maar ook Boonstra propageerde wel eens een product zoals bijvoorbeeld de keer dat hij adviseerde om Nutricia koffiemelk op de kar te houden doch ook om Friese Vlag te leveren als daarom gevraagd werd. Dit laatste om de goede relatie met de leverancier in stand te houden.
De marges
Ook een terugkerend onderwerp op de vergaderingen waren natuurlijk de prijsontwikkelingen en met name de marges voor de venters. Hierin hadden de provinciale- en landelijke organisaties een belangrijke rol tegenover de zuivelfabrieken. Boonstra was ook de man die het initiatief nam om in 1963 een centrale inkooporganisatie, de ZHM (Zuivel Handel Maatschappij) op te richten. Hiervoor werd in Irnsum een pand neergezet dat in mei 1965 door de Commissaris der Koningin Mr. Linthorst Homan werd geopend. Achtergrond voor deze stap was de opkomende concurrentie van de grootwinkelbedrijven. Maar er zat ook achter dat via afspraken met leveranciers er meer financiën beschikbaar kwamen voor de algemene voorzieningen voor overlijden, ziekte en de oude dag. Boonstra dringt er dan ook op aan om zoveel mogelijk bij de ZHM te bestellen. De latere leverancier van zelfbedieningswagens, de firma Spijkstaal droeg ook bij in de sociale kassen van de Friese Bond. Naast het meerderheidsbelang van de Friese bond had de CCF een minderheidsbelang in de ZHM.
Schaalvergroting
Een eerste dreiging van de winkelbedrijven komt naar voren op een vergadering in 1965 waar ervoor gepleit wordt om op één dag in de week voor twee dagen uit te venten zodat er wekelijks een vrije dag aan kan worden overgehouden. Boonstra waarschuwt ervoor dat er papierverpakkingen op komst zijn die gemakkelijk in de winkel verkocht kunnen worden waardoor de omzet van de melkventers terug zal lopen. In 1968 wordt gemeld dat men in Joure nog geen last heeft van de kruidenierwinkels maar in St. Nicolaasga wel. In 1969 is er voor het eerst op de vergadering sprake van zelfbedieningswagens die blijkens informatie van Zondervan (de 2de voorzitter van de Friese Bond) goed draaien. De ‘Cash en Carry bedrijven’ zullen naar zijn mening zichzelf wegconcurreren en voor melkproducten in de supermarkten hoeft men als venter niet bang te zijn behalve als deze vlak bij hoogbouw gevestigd zijn.
SRV
In 1972 valt voor het eerst de term ‘SRV’ (Samen Rationeel Verkopen, een coöperatie ontstaan door fusie van inkooporganisaties). In datzelfde jaar wordt de VEGE winkel in Langweer op de vingers getikt omdat deze normaal Frico melk verkoopt maar tegelijkertijd met DOMO-melk stunt en dat mocht niet. In 1973 (nog maar 4 jaar na de geruststellende woorden van Zondervan) komt naar voren dat de concurrentie van de supermarkten ernstig wordt. In de notulen valt zelfs de term “vermoorden”. In Friesland is het marktaandeel van de venters teruggelopen van 100 % naar 86 %; landelijk is er zelfs een daling naar 50 %. Tijdens de laatste genotuleerde vergadering op 3 april 1973 wordt afscheid genomen van Sjoerd Hoekstra als voorzitter omdat hij zijn melkhandel heeft afgestoten en geen lid meer is van de Friese Bond. In een naschrift van de secretaris wordt vermeld dat Hoekstra gedurende 27 jaar voorzitter is geweest. Hierna stoppen de notulen abrupt; er wordt met geen woord gerept over het samengaan met de afdeling Heerenveen.
Anekdotes
Tot slot nog enkele leuke ervaringen die uit de gehouden gesprekken naar voren kwamen zoals de gewoonte in de detailhandel om geloofsgenoten te begunstigen met de klandizie. Een mooi voorbeeld daarvan is dat een gereformeerde klant 's ochtends een emmer klaarzette waarin achtereenvolgens de gereformeerde, de hervormde en de atheïstische melkventer resp. 1 ½, 1 en een 1/2 liter melk mochten deponeren. De melkboer was soms ook eerder op de hoogte van gezinsuitbreidingen dan anderen doordat er plotseling karnemelk werd gekocht. En ik weet niet of de term u bekend is maar Meester de Haan van de Wumkesschool bestelde altijd 1 pegel karnemelk (ofwel ¼ liter). In de tijd dat Piet Hoekstra een SRV wagen had, werd hem het brood geleverd door bakker Breimer. Op een gegeven moment kwam het regelmatig voor dat het aantal broodjes minder was dan Breimer in rekening bracht. Volgens Breimer lag de fout niet bij hem en dat bleek later waar te zijn toen Hoekstra erachter kwam dat hij 's ochtends te maken had met een hongerige krantenjongen.
Colofon
Het onderstaande artikel kon tot stand komen dankzij de spontane medewerking van Piet Hoekstra en Sjoerd Hoekstra, beiden ex- melkhandelaar en mevr. van der Heide wiens man Ruurd eveneens melkboer was in Joure. Zowel Piet als Ruurd namen de zaak door omstandigheden van hun vaders over.

