Smit: Ruim 80 jaar tussen de Wielen
Carrosseriefabriek Smit in Joure was ruim tachtig jaar een toonaangevend bedrijf in de Nederlandse busbouw. Het bedrijf werd in 1917 opgericht door Jan Alexander Smit, die de failliete wagenmakerij van zijn neef overnam. In de beginjaren produceerde Smit vooral karren, wagens en koetsen voor boeren en middenstanders. Dankzij vakmanschap, handelsgeest en soms een beetje geluk groeide het bedrijf snel.
Vanaf de jaren twintig begon Smit met het bouwen van carrosserieën op gemotoriseerde voertuigen. De vraag naar vrachtauto’s en later bussen nam toe, waardoor in 1926 een smederij werd bijgebouwd. Grote opdrachten kwamen onder meer van transportbedrijf Libra en Douwe Egberts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de productie grotendeels stil, maar Smit wist te overleven door voertuigen om te bouwen en gasgeneratoren te installeren.
Na 1945 kwam de groei in een stroomversnelling. Smit bouwde trailers, ambulances en vanaf 1948 ook bussen, onder andere voor de LAB in Leeuwarden. In de jaren vijftig en zestig breidde het bedrijf uit naar een nieuwe fabriek aan de Vegelinswei. De bussen werden steeds luxer en groter, met voorzieningen als airco, verstelbare stoelen en ruime bagagecompartimenten. Op het hoogtepunt werkten er circa 95 medewerkers en werden er jaarlijks zo’n 70 bussen gebouwd. In totaal produceerde Smit ongeveer 3000 bussen. Smit exporteerde naar vele landen en ontwikkelde bekende modellen zoals de Eldorado, Comfortliner, Euroliner en Orion. Naast touringcars bouwde het bedrijf ook bijzondere voertuigen: rijdende winkels, mobiele bankkantoren, bibliobussen, hospitalitybussen en zelfs een rondvaartboot zonder wielen. In de jaren negentig werd modernisering noodzakelijk. In 1996 nam DAF het bedrijf over, maar besloot later de productie te verplaatsen. Dit betekende het einde van de fabriek: in 1999 sloten de deuren definitief. Daarmee kwam een einde aan een uniek stuk Jouster industriegeschiedenis
Smit: Ruim 80 jaar tussen de Wielen
Hieronder het complete verhaal
Op de parkeerplaats Sinnebuorren staan nogal eens bussen geparkeerd. Die bussen vervoeren talloze bezoekers naar Museum Joure. De oplettende kijker ziet in vele gevallen de naam ‘Smit’ ergens op die bussen staan; niet zo opvallend trouwens. Je weet dan dat die bus gebouwd is bij de carrosseriebouwer Smit in Joure. Helaas bestaat dat bijzondere, boeiende en belangrijke bedrijf niet meer. In 1999 werden de deuren van de fabriek aan de Vegelinswei voorgoed gesloten. De bussenbouw in Joure was geschiedenis geworden. Wel een geschiedenis die bewaard moet blijven. Dat moet ook de laatste directeur Jochem Willem Smit gedacht hebben. Hij liet een boek over zijn bedrijf schrijven. Het eerste exemplaar van dat boek werd op 10 juni 2005 hem door de auteur in ’t Haske aangeboden onder het oog van vele oud werknemers en afnemers. Een prachtig kijk en leesboek! Gelukkig was er veel in het archief bewaard gebleven en de rest wist de oud-directeur wel, die zélf de grote promotor van de bussen wordt genoemd. De auteur Albert van Huizen had dus volop de mogelijkheid er met de uitgeverij Aprilis (Zaltbommel) iets moois van te maken. Een interessant verhaal in 200 bladzijden en 450 foto’s. Verbazingwekkend wat daar aan de Vegelinswei allemaal in de loop der jaren werd gebouwd. Degelijk vakmanschap gepaard aan creativiteit en koopmanschap deed er een fraai bedrijf ontstaan. Er werden alleen al totaal zo’n 3000 bussen gebouwd en op z’n top werkten er een 95 medewerkers. Er kwam zelfs een moment dat de bussenbouwer Smit de grootste exporteur van Nederland werd. Maar…Niet slechts Smits bussenbouw verdween, van de ongeveer honderd bedrijven uit de jaren vijftig waren er in 1999 nog vier over! Lagelonenlanden namen de productie over zoals o.a. Polen, Turkije en Brazilië.
Jan Alexander Smit begon in 1917
Jan Alexander Smit begon z’n bedrijf in 1917.
De Eerste Wereldoorlog bracht toen in Europa veel misère. Economisch dus niet de beste tijd om een bedrijf op te zetten. Jan Smit deed dat echter wel. Hij nam de failliete wagenmakerij van z’n neef Uilke Smit over. Die neef kon het niet bolwerken in z’n pas drie jaar eerder nieuwgebouwde wagenmakerij aan wat nu de Tolhúswei heet. Jan Smit had het vak goed geleerd in Oudeschoot. Zijn vader had er een wagenmakerij en de zoons hielpen mee. In die tijd had bijna iedere plaats een wagenmaker. Er waren heel wat karren en wagens nodig. Vooral de boeren waren belangrijke afnemers. Koetsen, brikken
en tilbury’s behoorden ook tot het assortiment van ‘Smit’s Rijtuig- en Wagenmakerij’. Onder die naam werd het bedrijf in 1917 ingeschreven in het Handelsregister. Zo rond de jaren twintig ging het de wagenmakerij van Smit aardig voor de wind. Aanvankelijk was er veel reparatiewerk en handel in gebruikte wagens en rijtuigen, maar er konden nieuwe machines aangeschaft worden zodat de productie van nieuw rijdend materiaal beter kon gebeuren. Van alles werd gebouwd: kruiwagens, stort- en wipkarren, hooiwagens, karren voor de bakker, melkboer en kruidenier, sjezen met of zonder kap, barouchettes waarbij de koetsier op de hoge bok zat, brikken en glazen wagens. Zonder geluk vaart niemand wel. Behalve handelsgeest had Jan Smit soms ook geluk. Dat had hij eens bij het aankopen van een partij bomen in Gaasterland. Ieder dacht dat die hol waren. Daar was de prijs ook op gebaseerd. Bij het omzagen bleek dat verreweg de meeste exemplaren gaaf waren. “In stikje bûter yn’e brei”.
Carrosseriebouwen wordt belangrijk
Het was de jonge ondernemer gelukt een goede naam voor zijn producten op te bouwen. Het eerste gemotoriseerde ‘rijtuig’ van Smit werd gebouwd zo ongeveer in 1921. Het was een fraai gebouwde cabine en laadbak op het chassis van een T-Ford.
In 1932 kwam die in bezit van de Jouster bakker Valkema om er de klanten mee te bedienen. Dat betekende dat achter het pand in 1926 een grote smederij gebouwd moest worden. Maar goed ook, want in 1930 kwam de vraag van het Jouster transportbedrijf Libra om een grote trailer voor goederen en later een voor vee te bouwen. De eerste twee van de rij die volgde. De Libra (van Hendrik Kramer) stapte van de scheepvaart over op vrachtauto’s en had dagelijkse lijndiensten door heel Nederland. Ook Douwe Egberts (DE) plaatste later grote orders voor personen- en transportvervoer. Ook de bussen van Slof uit Joure werden bij Smit gebouwd. Carrosseriebouw werd voor Smit de belangrijkste activiteit. Maar het repareren en herstellen van voertuigen bleef een onderdeel, zoals ook de handel in gebruikte voertuigen. Zelfs had Smit een levendige handel in wielen, die wegens ruimtegebrek her en der in Joure lagen opgeslagen. Door deze activiteit van Carrosserie Smit ontstond in de volksmond de bijnaam ‘Jan Wiel’, een soortgelijke naamgeving deed zich voor bij DE door de bijnaam ‘Douwe Pypke’.
De periode van WO II was moeilijk. Het gemotoriseerde verkeer stagneerde. Er viel nog maar weinig te repareren aan wat er nog reed aan bussen en vrachtauto’s. Sommige vrachtauto’s werden weer omgebouwd tot wagens die door paarden getrokken konden worden. Soms moesten er gasgeneratoren in bussen of vrachtauto’s gebouwd worden, ook dat kon bij de firma Smid.
Na de Tweede Wereldoorlog
Na 1945 werd de carrosseriebouw beperkt door een toewijzingssysteem. Men wilde hierdoor vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Herrijzend Nederland moest zo gauw mogelijk weer gemotoriseerd worden. Voldoende werk vond de firma Smit toen in het ombouwen van militaire transportmiddelen tot vrachtauto’s. Ook de eerste serie ambulances van De Vrij (Leeuwarden) waren oorspronkelijk legervoertuigen die omgebouwd werden. Langzamerhand kwam de productie van trailers en transportauto’s weer op gang. Ze vonden in het hele land aftrek. De echte bussenbouw kwam in en na 1948 op gang. De LAB (Leeuwarder Auto Bedrijf)
bestelde een bus bij Smit i.p.v. bij Hainje in Heerenveen (ook bussenbouwer). Die bus viel zeer in de smaak en er volgden meer opdrachten. De relatie met Hainje vertroebelde hierdoor enige tijd. De laatste legde zich speciaal toe op stads- en lijnbussen voor het openbaarvervoer. Smit bouwde vooral touringcars en daarom (vanwege Hainje?) weinig lijnbussen. In de vijftiger jaren kwamen ook de orders van defensie, o.a. voor 60 lesvoertuigen met speciale, dubbele cabines en 150 laadbakken op vrachtwagens. De bestaande werkplaats aan wat nu Tolhúswei 2 is (waar Kanne z’n curiosa verhandelt), werd veel te krap. Uitbreiding kon met hulp van het gemeentebestuur even verderop op de hoek Slachtedijk en Vegelinswei gerealiseerd worden. Dat gebeurde in 1950. Er moest door de gemeente wel eerst met DE onderhandeld worden want daar wilde die firma in de toekomst zelf ook uitbreiden. Een flinke investering was nodig. Het aantal orders bleef stijgen. Defensie vroeg een serie van 60 personeelsbussen. De 50 werknemers in 1955 hadden volop werk. De groei zat er goed in. De naam Smit stond borg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. In datzelfde jaar moest het fabrieksgebouw nogmaals uitgebreid worden. Naast de bussen werden ook verhuiswagens gebouwd met luxe cabines voor 7 á 8 personen. De familie kon eventueel meeverhuizen!
Luxer en luxer
De bussen werden luxer en luxer. Ook groter. In 1988 verscheen er zelfs een dubbeldekker. Meer chroom en meer versieringen. Airco, koelkast, toilet, koffie-en frisdrankautomaat, een verhoogd achterdeel in de bus, beweegbare stoelen, veel ruimte voor koffers onderin en meer voorzieningen en snufjes die het reizen tot een waar genot moesten maken. Naar de wensen van de opdrachtgevers werd goed geluisterd. Dat alles moest uitgedacht en uitgetekend worden op de tekentafels. Op de tekenafdeling waren 3 á 4 mensen bezig. De afdeling financiën telde 5 á 6 man. V
akbekwame medewerkers voerden de uitgewerkte ideeën uit. De verschillende afdelingen hadden hun eigen specialismen zoals de plaatwerkerij, de constructieafdeling en de spuiterij. Dan was er het magazijn en de afdeling reparatie. De bussenbouw vormde de hoofdmoot. Het aantal medewerkers steeg tot zo’n 95. Eén van hen was Gosse Dalstra, hij begon op z’n vijftiende en eindigde op z’n zestigste. Hij was heel lang trouw aan het bedrijf. Geen uitzondering echter. Ook Jaap Kuiken en Lammert Fokkens gaven lange jaren hun beste krachten aan de bussenbouw. Zo waren er veel meer. Men stond voor een fraai product en dat gaf voldoening. Ook de vele kopers zagen het fraaie en degelijke product. Men kon de bussen o.a. zien op de RAI en op het ‘Concours d’élegance’ te Noordwijk waar de fa. Smit eens met dertien inzendingen drie eerste en twee tweede prijzen in de wacht sleepte. De bussen veranderden qua lijn en vorm. Maar ook het aan de fa Smit toegeleverde chassis. Dat werd veel zwaarder zodat ook de bussen groter konden worden. De chassismerken Bedford, Austin, Morris en Fiat maakten langzamerhand plaats voor het nieuwe type toerbus chassis van DAF. De afnemers zaten overal. Na 1960 vind je geregeld de namen van o.a. Harmanni (Assen), Paulusma (Drachten), Kras (Ammerzoden), Wiebenga (Siegerswoude), Slof (Joure), BBI (Emmen), HAVI (Rijssen), White Cars (Heerlen), LABO (Leeuwarden), LAB (idem), ZWH (Balk), Arke (Enschede), ESA (Marum), Sybesma (Sneek), OAD (Holten), Broere (Hendrik Ido Ambacht), Dalstra (Surhuisterveen) in de boeken. Behalve in eigen land sloeg de firma ook de vleugels uit in het buitenland zoals Bulgarije, Duitsland, België, Tsjechië, Scandinavië en Polen. De Smit modellen presenteerden zich met mooie namen zoals bijvoorbeeld de Eldorado (1960), de Comfortliner, de Euroliner en de Orion (1984). Het laatste model was een topper en had een aantal varianten: de Orion Highliner, Grand Luxe, Mercurius, Antares, Economy. Ondertussen ging ook de handel in gebruikte bussen onverminderd door. Die bussen gingen na een grondige opknapbeurt naar o.a. Afrika, de Oostbloklanden en soms naar Suriname.
Bijzondere producten
Bijzondere producten die bij de firma Smit het licht zagen, waren de treintjes voor Burgers’ Dierenpark; die serie was bestemd voor rondritten door het wildpark. Meer dan tien jaar is er veel publiek mee vervoerd langs het daar lopende wild. De rijdende winkel aan huis was ook een bijzonder product. A & O bestelde er tachtig van. Deze winkels op wielen waren een nuttige vervanging voor de verdwenen buurtwinkels. Ook VIVO en SRV hadden belangstelling. Het bleek een succes te zijn. In 1972 hadden de afnemers de keuze uit een tiental types met een lengte die lag tussen 5.50 en 11 meter. Bijzonder waren ook de mobiele bankkantoren met kogelvrij glas en de informatiebus van Veilig Verkeer Nederland. Vier bibliobussen voor Gelderland vormden in 1979 een bijzondere opdracht. Veel zorg werd er besteed aan de bouw van de speciale ‘hospitalitybussen’ voor o.a. Philips en Heineken om er bobo’s of vips mee te verplaatsen. Ook de wielerploegen PDM en RABO beschikten over luxe bussen om als rustpunt en vervoersmiddel te dienen bij wieler manifestaties in binnen- en buitenland. De spelersbus van PSV werd eveneens in Joure gebouwd. Een bus die te water gelaten moest worden, lijkt een grap of een ongeluk. Dat was het niet. Het was een bus zonder wielen van de fa. Smit van het type Eldorado, die in gebruik werd genomen als rondvaartboot.
Het einde.
Een bijzondere industrie was het daar aan de Vegelinswei. De oprichter Jan Smit heeft er de scepter gezwaaid tot 1960. Zijn zoon Alexander Jacob werd in 1948 medevennoot. De jongste telg uit het geslacht Smit, Jochum Willem (ook wel Joop) schoof in 1952 aan.
De beide broers zetten met enthousiasme hun schouders onder de moeilijke maar mooie taak om ‘Smit’s Carrosseriefabriek NV’ uit te bouwen en te laten groeien. Zij slaagden er met hun medewerkers in een jaarlijkse productie te realiseren van 70 bussen. Dat was in 1990. De vader Jan Smit heeft dat niet meer meegemaakt, hij overleed in 1969. Ondanks het succes bleek het bedrijf in de negentiger jaren toe te zijn aan modernisering. Dat vereiste enorme investeringen. Overnamegesprekken vonden er plaats met DAF Eindhoven. In 1996 werd de overname een feit. De gebroeders Smit trokken zich terug uit het bedrijf. Alexander Smit overleed twee jaar later. In Eindhoven nam men de leiding van de Jouster fabriek over. Dat leek aanvankelijk goed te gaan. Toch ging het anders. DAF Bus eigenaar Van der Leegte besloot de Jouster activiteiten te verplaatsen. Dat besluit werd rampzalig voor dat bijzondere, boeiende en belangrijke Jouster bedrijf. De deuren werden gesloten. De medewerkers verdwenen naar elders of naar huis. Het geluid van plaatwerkers en ronkende bussen verdween. Het onkruid begon tussen de stenen op het bedrijfsterrein te groeien want het was voorjaar 1999.
Colofon
Met dank aan de uitgeverij Aprilis te Zaltbommel:de fam Th Uijthoven en aan de hr Jochum Willem Smit.
De foto’s zijn – op één na - te vinden in het fraaie boek van de auteur Albert van Huizen (Voor wie de geschiedenis van de eigen plaats boeiend vindt, er is destijds een boek verschenen met de Titel: Bussen van Smit - Joure).

