Jan de Jong alias Jan Prakje
Het verhaal over het leven van deze bijzondere man
Op 30 Juli 1891 werd Jan geboren als zesde kind van Thijs de Jong en Sijke Braaksma in een armzalig woonarkje in Het Meer bij Heerenveen. Lang heeft de familie daar niet gewoond want vanwege een brand werden ze door het armbestuur verwezen naar een keet. De jeugd van Jan was niet bepaald vrolijk, vader was een stevige drinker wat ertoe leidde dat de kinderen regelmatig met de honger in de maag naar de armenschool gingen. Toen hij op zijn eigen benen kon staan is Jan als schilder begonnen in Leeuwarden, hij stond bekend als leergierig en vakkundig. Het geld dat hij verdiende ging op aan het kosthuis en daarnaast was Jan zijn moeder, die een arm bestaan leed, nooit vergeten. In de crisisjaren was het ook voor een schilder slecht om rond te komen, Jan zocht het avontuur en kwam terecht op de Holland - Amerikalijn als kolentremmer. Dit werk, smerig en vuil, en met name de onprettige sfeer aan boord bracht hem weer snel aan vaste wal waar hij scheepsschilder werd. Hoe lang hij dit heeft gedaan weten we niet, wel is bekend dat hij het Heitelân nooit vergeten was en weer terug keerde. Hij kwam terug zo de meesten hem nog kunnen herinneren, een lange schrale rondreizende koopman met twee tassen. Daar zaten al zijn bezittingen in, in de één zijn negoassje, haarspeldjes schoensmeer, klosjes garen, meubelwas en punaises, en in de andere zaten zijn persoonlijke bezittingen. Het was in die tijd namelijk verboden als de ''skobberdebonk'' te leven, wie geen handel bij zich droeg kon rekenen op Veenhuizen.
Jan was een eenvoudig doch eerlijk mens, die zijn leven deelde met zichzelf en de natuur. Hij liep van het ene dorp naar het andere en rekende tijdens deze wandelingen op de barmhartigheid van zijn medemens, een levensstijl die hem de naam Jan Prakje opleverde. Onderweg had Jan zijn vaste slaapplaatsen bij verschillende boeren in onze omgeving. In Haskerhorne was dat bij de familie Van der Veen, waar hij regelmatig de hooizolder moest delen met zijn lotgenoot Hendrik Stuiver. De heren maakten elkaar uit voor schooier en landloper waarbij de emoties, mede door drankgebruik, hoog opliepen. Ook het ketelhuis van de zuivelfabriek in diezelfde plaats was bij koud en nat weer een warm onderkomen. Op De Jouwer sliep hij bij de familie Van der Zijl, een boer aan de Wildehornstersingel. Bij ons in St Nieks kwam Jan al bij Haring de Vries op het Westend, een stee dat bij menig landloper, scharenslijper, stoelmatter of koopman bekent stond onder de naam volkslogement. ‘s Morgens kregen deze mensen van de boerin een boterham met koffie, waarna ze de vrijheid weer opzochten. Toen de boerderij overgenomen werd door Peet de Vries bleef Jan bijna dagelijks komen, hij was de laatste van zijn soort in deze omgeving.
Na zijn 65e brak er voor Jan een betere tijd aan, Hij kreeg A.O.W., kon gebruik maken van het openbaar vervoer, een warme hap nuttigen in een stationsrestaurant en in zijn tas zat een goede fles jenever. ‘s Avonds was hij weer te vinden op de hooizolder bij familie de Vries, hij had daar zijn eigen hol, een gat in de gôlle. Het enige toiletartikel dat hij bij zich had was een conservenblik dat 's nachts diende als pispot en 's morgens als drinkbeker Zijn nachtelijke dromen waren luidruchtig, het waren heftige discussies met zijn lotgenoten en waar altijd de angst aanwezig was dat ze hem zouden bestelen. Op zekere avond trof Peet de Vries Jan ziek aan, deze nam contact op met dr. Haveman, die een zware longontsteking constateerde. Jan werd per ambulance overgebracht naar het ziekenhuis in Heerenveen. Heimwee zorgde ervoor dat hij snel weer op het voor hem vertrouwde plekje op de hooizolder terug keerde. Hier genoot hij van zijn borreltje en boterham met reuzel, want ''dêr brânt it motorke goed op'', vertelde hij de boer.
Dit leven heeft hij volgehouden tot zijn 78ste jaar en daarna heeft hij nog een aantal jaren in verpleeghuis ''De Flecke'' doorgebracht. In 1974 op zijn 83ste liet Jan zich op Westermar weer verenigen met de natuur. Tot op de dag van vandaag komen we een afbeelding van “Jan Prakje” tegen als beeltenis op verschillende plaatsen in Nederland en zelfs in het buitenland.

